Het overlijden van een jeugdheld
Jan Timman (1951-2026)
Met het overlijden van Jan Timman verliest Nederland zijn grootste levende schaakicoon. Net als veel anderen had ik even tijd nodig om mijn evenwicht te hervinden, nadat het nieuws donderdag binnenkwam. Timman was ook voor mij een jeugdheld en als jeugdhelden overlijden, voelt het alsof je ook een stukje van je eigen jeugd verliest. Op verschillende sites verschenen mooie in memoriams, waarbij ik zeker dat van Peter Doggers op chess.com wil aanraden.
Mijn vroegste herinnering aan Jan Timman gaat terug naar 1992. Ik was toen 8 jaar oud en mijn zus, die vijf jaar ouder is, mocht meedoen aan het NK jeugdschaken dat gehouden werd in de gebouwen van Haskoning in Nijmegen. Wat me van die trip het meest bijgebleven is, is de opening van het toernooi. Die werd gehouden in een grote zaal waar ongetwijfeld ook de nodige sprekers waren, maar mijn aandacht - en die van veel anderen - werd getrokken door een televisie in de hoek van de zaal. Op die televisie waren de zetten van de match Karpov-Short live te volgen. Niet live, zoals we dat nu kennen met camerabeelden van de spelers en commentatoren die, al dan niet gesteund door computervarianten, de kijkers wegwijs proberen te maken door het woud van varianten waar de grootmeesters door navigeren. Nee, in die tijd werden partijen live uitgezonden via teletekst. Af en toe verscheen er een nieuwe zet op de teletekstpagina en bij de televisie stond een bord waarop de zet vervolgens uitgevoerd werd. Short was aan de winnende hand in die match tegen Karpov en, zo was althans de publieke opinie daar in Nijmegen, dat was goed nieuws voor Timman die het moest opnemen tegen de winnaar.
In de match met Short trok Timman uiteindelijk helaas aan het kortste eind. Toen Short en Kasparov daarna hun match buiten de FIDE om organiseerden, volgde er nog een onverwachte nieuwe kans voor onze grootheid om wereldkampioen te worden. In mijn (nogmaals, zeer vroege) herinnering was het enthousiasme voor deze alternatieve match om de titel een stuk minder dan die voor de match tegen Short. Karpov bleek uiteindelijk met 12,5 - 8,5 te sterk.
In het midden van de jaren 90 raakte de wereldtop inmiddels uit zicht. Ik herinner me nog dat we supporterden voor Timman in zijn match tegen Gelfand in Sanghi Nagar, maar helaas Gelfand bleek tot onze verrassing een maatje te groot. Het supporteren verdween dus een beetje naar de achtergrond, maar de invloed van Timman bleef groot. Er was destijds zelfs een tv-serie Schaken met Jan Timman die volgens mij op zondag uitgezonden werd rond een uur of 6. Die serie bestond volgens mij uit een mooie combinatie van historie, anekdotes en partijen. De partij die me uit deze serie het meest bij bleef, was een fantastische zwartoverwinning van Timman tegen Short in het Spaans Vierpaardenspel.
Hoewel ik vaak supporterde voor Timman, viel dat waarschijnlijk in het niet bij het enthousiasme van mijn iets oudere teamgenoten die actief de glorietijd op het einde van de jaren 70 en de jaren 80 meemaakten. Met enige jaloezie luisterde ik naar hun verhalen over analyses in het café van het eindspel Timman-Velimirovic of over het naspelen van de partijen in een tijd dat er nog geen Stockfish was om met één druk op de knop duidelijkheid te krijgen over de evaluatie van de stelling. Iets van die magie kreeg ik voor het eerst mee toen mijn eerste ploeg SVWZV promoveerde naar de KNSB-competitie en we een uitwedstrijd voorgeschoteld kregen tegen Panfox 3. In de zaal van Hotel Brabant speelde ook Panfox 1 met Timman dat destijds de titels aaneenreeg. Hoewel er daar veel grootmeesters rondliepen, was de aanwezigheid van Timman voor ons bijzonder.
Het overlijden van Timman markeert voor mij dus het einde van een tijdperk. Vroeger las ik graag de verhalen van Ree, Welling en Timman zelf over hoe het eraan toe ging op die toernooien en dat vond ik fascinerend. Uit die verhalen stijgt het beeld op dat Timman beschikte over een enorm talent dat ver buiten het bereik van gewone stervelingen lag. Waar de huidige topspelers veel aandacht besteden aan fitness en uithoudingsvermogen, was Timman nog een van die spelers die een andere visie had op lichaamsbeweging. Ik hoorde eens het verhaal dat hij in een interview eens de vraag kreeg: ‘Meneer Timman, wat voor sport doet u?’ Zijn antwoord hierop zou zijn geweest: ‘Discodansen in verre oorden’.
Bij het overlijden van zo’n gigant merk je dus dat de schaakwereld van vandaag zo veel anders is dan de schaakwereld van vroeger en automatisch denk je terug aan je eigen schaakverleden. Tijdens mijn eerste externe wedstrijd, in het zaaltje achter café De Vier Emmers in Oostburg met SVWZV 2 tegen L. Poleij van De Zwarte Dame 2 uit Kruiningen, werd er nog volop gerookt achter de borden en niemand vond dat gek, ook niet dat dat gebeurde in de aanwezigheid van kinderen. Het is goed mogelijk dat meer dan de helft van de 32 spelers destijds rookte.. Een andere verandering is de mate van voorbereiding. Voorbereiden werd vroeger helemaal niet zo veel gedaan. Ik herinner me nog dat Geert van der Stricht eens, ik denk rond 2001, meespeelde in Vlissingen toen hij een rating van dik boven de 2450 had en een van de allerbeste spelers van België was. Hij speelde daar een partij tegen Friso Nijboer en na die partij vertelde Geert me enigszins verbaasd dat Nijboer zich echt op hem voorbereid had. In die tijd was dat kennelijk niet vanzelfsprekend. Vandaag de dag is zoiets ondenkbaar. Grootmeesters bereiden zich haast op iedere partij serieus voor. Ik denk dat Timman in deze twee zaken voor mij vroeger symboliseert: de entourage in De Vier Emmers en het spelen op talent, op stellingsbegrip.
In 2011 had ik de eer om het op te nemen tegen de grote meester zelf. Met HWP speelden we in de eerste klasse een uitwedstrijd tegen Wageningen en ieder van ons hoopte ingedeeld te worden tegen Timman. Ik had die wedstrijd wit op bord 1 en was dus de gelukkige. Helaas was Timman die dag bepaald niet fit en al na een zet of 12 bood hij remise aan. Hoewel de remise weinig voorstelde, was het toch een mooie belevenis om het tegen hem op te nemen in een 1-op-1-gevecht.
De laatste jaren genoot ik vooral van de boeken die hij schreef. Hoewel ik alle boeken erg goed vind, zou ik vooral Timman’s Triumphs willen aanraden. De winstpartijen van Timman zijn een streling voor het oog en de partijanalyses zijn van een zeldzaam hoog niveau. Geen overdaad aan varianten, maar vooral veel kristalheldere uitleg.
Ondanks het zeer droeve nieuws van zijn overlijden heeft Timman dus een geweldige erfenis achtergelaten in de vorm van partijen, anekdotes en boeken. Het zou passend zijn als er in Nederland een mooi eerbetoon voor hem georganiseerd wordt.
Ik sluit af met een partij van hem uit mijn geboortejaar. Deze partij liet ik vaak zien tijdens trainingen die ik gaf, omdat Timman hier met ogenschijnlijk simpele middelen een ex-wereldkampioen razendsnel in de problemen brengt. Hij doet dat door een op het eerste gezicht vreemd, maar bij nader inzien volstrekt logisch plan.
Jan Timman (2610) - Vassily Smyslov (2600)
Bugojno, 6 juni 1984
1. e4 e5 2. Nf3 Nc6 3. d4 exd4 4. Nxd4 Bc5 5. Nf5 g6 6. Ne3 Nf6 7. Nc3 O-O 8. Bd3 Re8 9. O-O Ne5 10. Kh1 d6 11. Be2
11…Nc6
Smyslov stond bekend om zijn gezonde positioneel spel, maar in deze partij zondigt hij tegen het openingsprincipe dat je in de opening niet te vaak met hetzelfde stuk moet spelen. Dit is al de derde zet met het paard en op de volgende zet volgt zelfs een vierde.
12. f3 Nd4 13. Bc4 a5
Deze stelling gebruikte ik geregeld in trainingen om de drie vragen van Aagaard te implementeren:
1) Wat is ons slechtst geplaatste stuk?
2) Wat zijn de zwaktes (bij de tegenstander)?
3) Wat is het plan van de tegenstander?
In deze stelling kom je op die manier tot de juiste oplossing, hoewel mijn ervaring is dat veel spelers in eerste instantie aan heel andere zetten denken. Echter, als je vaststelt dat je je loper op c1 in het spel wilt betrekken, de zwarte velden rondom zwarts koning zwak zijn, en ook veld f7, en onze tegenstander van plan is om ...Le6 te spelen, komt het juiste plan vanzelf. Timman kwam uiteraard ook met dit plan op de proppen.
14. Ng4! Be6
Smyslov kiest ervoor de stelling te compliceren, maar de witte stelling is zo harmonieus dat het niet mag verbazen dat de complicaties in zijn voordeel werken.
14... Nxg4 faalt op het eenvoudige 15. fxg4 Be6 16. Nd5 en nu komt wit ofwel binnen over de zwarte velden, ofwel wint hij de pion op b7 na Bxd5 17. Bxd5 Ne6 18. Bxb7)
15. Bg5 Nxg4 15... Bxc4 16. Bxf6 Bxf1 17. Bxd8 en wit wint.
16. Bxd8 Ne3 17. Qc1 Bxc4 18. Qxe3 Nxc2 18... Bxf1 is ook niet genoeg na 19. Bf6
19. Qd2 Nxa1
Nu de stofwolken zijn opgetrokken, zien we dat zwart het in materieel opzicht nog niet eens zo slecht doet. Hij heeft een toren, een loper en een pion tegen de dame. De coördinatie tussen zijn stukken is echter belabberd en het is wit die het initiatief houdt. De rest is een kwestie van techniek. Timman maakte het uiteraard feilloos af.
20. Bf6 Re6 21. Rxa1 Rxf6 22. b3 Be6 23. Na4 Ba3 24. Qc3 Rf4 25. g3 Bb4 26. Qd3 Rf6 27. a3 b5 28. axb4 axb4 29. Kg2 bxa4 30. Qd4 Bxb3 31. Qxf6 a3 32. Qd4 c5 33. Qxd6 Rc8 34. Qd2 Be6 35. f4 h6 36. g4 Bxg4 37. f5 Re8 38. Qxh6 gxf5 39. h3 1-0








Mooie herinneringen, Koen. En mooi verwoord.
De zet Pg4 van Timman is spreekwoordelijk voor zijn creativiteit, daar waar de oppervlakkige speler de focus op veld d5 heeft.